« afbeelding 1 van 1 »
 
Monday 14 December 2020

Perspectief voor Gelderse land- en tuinbouw

In de toekomst gaan economie en ecologie binnen de Gelderse land- en tuinbouw meer samen is de belangrijkste boodschap uit de beleidsnotitie Toekomst voor de Gelderse boer, Programma Agrifood 2021-2030 van de provincie Gelderland. John Rocks, accounthouder tuinbouw bij de provincie Gelderland en stuurgroep-lid van het Fruitpact: ‘De provincie Gelderland helpt bij deze duurzaamheidstransitie door het beschikbaar stellen van subsidie-regelingen voor onderzoeken naar innovatieve projecten die tot verdere verduurzaming leiden.’

 

Rocks: ‘De Nederlandse land- en tuinbouw is wereldwijd vooruitstrevend en toonaangevend. Ons provinciaal beleid is gericht op én een goed verdienmodel voor de agrariër én aandacht voor natuur en milieu door uit te gaan van een meer duurzame, natuurinclusieve en/of kringlooplandbouw. We zetten in op onafhankelijke kennisontwikkeling en -uitwisseling en zien graag dat bedrijven voor hun inzet voor biodiversiteit en landschap beloond worden. Onze ervaring is dat bijna alle agrariërs willen omvormen naar een duurzame bedrijfsvoering, maar dan wel op basis van een goed verdienmodel.’

‘Bij ons beleid gaan we uit van de prioriteiten die in het Nationaal Tuinbouwakkoord genoemd worden, zoals onder meer innovatie, gezonde planten/gezonde mensen en internationalisering. Het sluit daarmee ook aan op de Nationale Tuinbouwagenda 2019-2030 van Greenports Nederland en op de versnellingsagenda 2020 Duurzaam Doen van Greenport Gelderland. De ambitie daarbij is om binnen tien tot vijftien jaar energieneutraal, klimaatbestendig, emissievrij en circulair te ondernemen. De Greenports zien bij de productie van gezonde voeding kennisontwikkeling als cruciaal. Als provincie willen we ontwikkelkansen stimuleren, zowel op het gebied van energie als nieuwe teelten in het kader van onder meer de eiwittransitie naar meer plantaardige eiwitten door bijvoorbeeld de productie van eendenkroos, als innovaties door precisietuinbouw waarbij heel precies gewasbeschermingsmiddelen en water toegediend worden. Een biodiversiteitsnetwerk van natuurgebieden door deze via de groen-blauwe dooradering in landbouwgebieden en steden met elkaar te verbinden, houdt de provincie aantrekkelijk voor toerisme en recreatie. In sommige gebieden in Gelderland staat het toekomstperspectief van de boeren onder druk. Samen met agrarische ondernemers en andere stakeholders in het gebied willen we met bijeenkomsten en één-op-één keukentafelgesprekken kijken wat hun ontwikkelkansen zijn. ’

De accounthouder tuinbouw: ‘Voor de leefbaarheid in het landelijk gebied vinden we het belangrijk dat boerenbedrijven in verbinding staan met de omgeving. Wat betreft fruitteelt zie je een toegenomen vraag naar lokale producten. Daarbij stimuleren we kleinschalige, kansrijke nieuwe concepten zoals agroforestry, waar fruit deel van uitmaakt, nichemarkten voor bijzondere soorten fruit voor met name de horeca en biologische fruitteelt. Gaan we bij verschillende sectoren juist uit van kleinschalige familiebedrijven die inzetten op waardevermeerdering in plaats van schaalvergroting, binnen de fruitteelt zie je ook een positieve ontwikkeling waarbij binnen die schaalvergroting gebruik wordt gemaakt van precisietuinbouw. De verwachting daarbij is dat er steeds meer clubrassen geteeld zullen worden en dat telers steeds vaker rechtstreeks met de retail afspraken zullen maken. Veel van het grootschalig geproduceerd fruit zal voor de export bestemd zijn. Door de klimaatverandering verandert wel de wijze van telen. Hagelnetten zullen steeds meer gebruikt worden en er zal in de toekomst ook meer gotenteelt komen, waardoor het landschap verandert. De kleinschalige fruitteeltprojecten, waarin de balans met natuur centraal staat, zoals bij agroforestry, zetten ook aan tot bewustwording bij de traditionele teler. Als hij of zij een kijkje bij zo’n project gaat nemen, zal de teler misschien wel wat overnemen van zo’n andere productiewijze. In Gelderland wordt ook geëxperimenteerd met strokentuinbouw. Rijen appelbomen worden daarbij afgewisseld met rijen notenbomen. Veel nieuwe projecten en productiemethoden worden begeleid door onderzoekers van de proeftuin Randwijk.’

De helft van de Nederlandse agrariërs is boven de zestig, wat ook de komende periode zal leiden tot verjonging binnen de sector. Rocks: ‘We willen ervoor zorgen dat er goed gebruik gemaakt wordt van leegkomende boerderijen en percelen. Juist veel jonge agrariërs zijn niet meer alleen geïnteresseerd in schaalvergroting om hun inkomen veilig te stellen, maar willen liever verbreding. Het is niet alleen ons doel om de agrariër beloond te zien als hij of zij duurzaam werkt, maar ook om de consument te bewegen richting het consumeren van duurzaam geproduceerd voedsel. Zo willen we de afzet van korte-ketenproducten en biologische voeding aan de retail verhogen en lobbyen we daarbij voor lagere btw-tarieven. Maar we starten ook een campagne om de consument bewust te maken van de daadwerkelijke kosten van voedsel en de prijs die de boer ervoor ontvangt. Dat zijn binnen sommige sectoren kleine marges. De grootste groep agrariërs teelt gangbaar en is natuurlijk vrij in keuze voor zijn of haar bedrijfsontwikkeling. Onafhankelijke adviseurs kunnen hen bijstaan tijdens de duurzaamheidstransitie. Als provincie bieden wij financiële ondersteuning bij onderzoek naar zowel kleinschalige initiatieven als onderzoek dat nodig is voor de grootschalige teelt. Daarvoor zijn vaak meer subsidies mogelijk dan veel agrariërs zelf weten. Maar uiteindelijk is het wel de boer zelf die moet investeren in een meer duurzame bedrijfsvoering. De consument kan hem of haar daartoe de ruimte geven door net wat meer te betalen. Agrariërs kunnen op die wijze juist het antwoord vormen op het maatschappelijke vraagstuk omtrent landbouw, natuur en milieu. Maar zowel agrariërs als leden van de Provinciale Staten zijn zich er ook van bewust dat zo’n transitie alleen geleidelijk kan verlopen.’

 



 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA