« afbeelding 1 van 1 »
 
Monday 12 July 2021

Meer waarde creeren met hardfruit

Het rendement van de hardfruitteelt is te laag voor een duur productieland als Nederland, blijkt uit de visie ‘Goedkoop fruit delen is te duur. De Nederlandse hardfruitsector in 2030’ van de Rabobank die dit voorjaar verscheen. Meer waarde creëren is nodig om tot een goed verdienmodel te komen.

 

Walter van Dijk is directeur food & agri van het gebied Gelderland-Zuid en stuurgroeplid van Fruitpact. Herman van Mourik is accountmanager grootzakelijk food & agri van het Agrarisch Adviescentrum Zuid Gelderland. Allebei zijn ze op kleine schaal praktiserend fruitteler: ‘De aanleiding voor het verschijnen van het rapport is dat de Rabobank met tachtig procent marktleider is in de agrarische sector en dat geldt natuurlijk ook voor de fruitsector. We verrichten onderzoek voor de verschillende agrarische sectoren, waarna we een visie naar de toekomst opstellen. Die visies zijn vooral bedoeld om daarover een dialoog op gang te brengen. Naar aanleiding van het rapport is een webinar georganiseerd waarin daartoe een aanzet werd gegeven. De consumptie van zachtfruit en exotisch fruit neemt toe en de bevolking in veel Europese landen groeit niet. Moet je dan bijvoorbeeld wel uit blijven breiden met fruitarealen als je niet zeker weet óf er wel een markt is voor meer hardfruit? Telers dienen daartoe ook verder in de keten te kijken en goede afspraken te maken met de retail. Maar vraag is tegelijkertijd waar kansen liggen. En hoe de sector verder kan verduurzamen.’

Bij verduurzaming wordt ook gedacht aan het aantal kilometers dat het fruit aflegt. ‘Wat betreft peren denken we in 2030 tachtig procent in Nederland en 800 kilometer erbuiten af te kunnen zetten. De overige twintig procent kan verder weg afgezet worden. Appels zullen voornamelijk, zoals nu ook het geval is, in Nederland op de markt blijven, de rest wordt voornamelijk geëxporteerd naar West-Europese landen. Het blijft voor bijvoorbeeld Jonagoldtelers moeilijk om te concurreren met Poolse Jonagoldtelers. Zij maken minder kosten en hoeven aan minder regels te voldoen. Sommige clubrassen zijn heel succesvol, maar dat is niet altijd het geval. We zien kansen voor nog meer onderscheidend vermogen door bijvoorbeeld naast oudere rassen vaker aan rassenvernieuwing te denken. Dat zou in samenspraak met ketenpartners kunnen gebeuren. Fruitrassenkeuze is best ingewikkeld, omdat voorkeuren niet alleen nationaal, maar zelfs regionaal bepaald kunnen zijn. Er bestaat geen gouden succesformule voor fruitteelt, maar wel op ondernemerschap. Nederlandse telers leveren topproducten waarmee ze zich onderscheiden. In Nederland wordt ook steeds vaker gebruik gemaakt van hagelkappen. Op regionale en Europese schalen pleiten zowel Fruitpact als Rabobank ervoor dat er een gelijk speelveld zou moeten ontstaan wat betreft regelgeving. Op regionale schaal voor het gebruik maken van teeltondersteunende voorzieningen, op Europese schaal zodat appels uit Polen aan dezelfde eisen als die uit Nederland voldoen.’

De directeur en accountmanager: ‘De fruitsector in Nederland heeft te maken met stijgende kosten door arbeid en weersomstandigheden. Door Fruitpact, dat het triple helix-model hanteert, een samenwerking tussen overheid, onderwijs en ondernemers, hebben de telers in het rivierengebied wel een voorsprong op andere Nederlandse fruitgebieden wat betreft de ontwikkeling van nieuwe initiatieven. Andere regio’s zouden zo’n concept ook wel willen. Er wordt veel onderzoek verricht in samenwerking met de praktijk. Ook de oprichting van de Fruit Tech Campus, waarin onderwijs, onderzoek, bedrijfsleven en overheid samen gaan, is versneld tot stand gekomen. Goed samenwerken met andere mooie initiatieven vanuit bijvoorbeeld NFO, Fruitpact en proeftuin Randwijk kan de sector een enorme boost geven. Met de campus willen we het personeel op een hoger plan trekken. We hebben te maken met hardfruitondernemingen die steeds groter worden. Techniek krijgt een grotere plaats. Veel opvolgers en andere jonge fruittelers gaan over op een andere bedrijfsvoering of gaan grote bedrijven managen. Zij delen kennis en zijn transparant over het productieproces. Ook arbeidsmigranten kunnen op de Fruit Tech Campus een taalcursus of opleiding tot voorman volgen. Voor bedrijven met minder hectaren fruit is er voorlopig eveneens perspectief. Fruitteelt gecombineerd met een landwinkel, een bed and breakfast of camping is voor kleinschaliger telers een goed verdienmodel. Maar keuzes moeten vooral vanuit kracht genomen worden. De wijze van ondernemen moet bij de teler passen en er moet vraag naar zijn.’

De Rabobank hanteert een duurzaamheidsmatrix in haar beleid. ‘Telers zijn zelf al heel actief op het gebied van duurzaamheid en als Rabobank stimuleren we dat ook. Daarbij gaat het om zaken als geïntegreerde gewasbescherming, bloemstroken, nuttige insecten, driftreducerende technieken, waterbesparing, zonnepanelen en koude-warmtetechnieken. Maar goed ondernemen houdt ook in dat je huisvesting voor migranten op orde is en je goed met je personeel omgaat. De fruitteelt schuift steeds verder op richting duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Fruittelers zouden niet alleen de kwaliteit van het Nederlandse fruit, maar ook de positieve maatschappelijke bijdrage die ze leveren vaker kunnen benadrukken. De 16.000 hectare aan hardfruit in Nederland legt bijvoorbeeld behoorlijk wat CO2 vast. En fruit draagt bij aan een betere gezondheid. Daarover zouden fruittelers nog veel vaker kunnen vertellen.’



 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA