« afbeelding 1 van 1 »
 
Friday 19 March 2021

Mechanische onkruidbestrijding als alternatief voor chemie

Omdat over enkele jaren het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat mogelijk niet langer gebruikt mag worden, is er meer belangstelling van gangbare fruittelers voor alternatieve vormen van onkruidbestrijding in boomgaarden. Twee adviseurs, Matty Polfliet van Fruitconsult en Gerjan Brouwer van Delphy en de biodynamische fruitteler Pieter Jans Jansonius uit Nieuwerkerk vertellen over hun ervaringen met mechanische onkruidbestrijding.

 

Fruitconsult-adviseur Matty Polfliet: ‘Mechanische onkruidbestrijding wordt al decennialang toegepast in de biologische fruitteelt en ook enkele reguliere telers maken gebruik van deze vorm van onkruid bestrijden bij de boomstrook. Op de proeftuin in Randwijk vindt op kleine schaal vergelijkend onderzoek plaats naar verschillende wijzen van onkruidbestrijding. Het gaat daarbij om zowel chemische en mechanische bestrijding als een combinatie van beide methoden.  Om verschillende onkruidbestrijdingsmethoden goed met elkaar te vergelijken is echter meer onderzoek nodig. We weten momenteel nog te weinig over de lange-termijneffecten van het gebruik van de verschillende methoden. Bij gebruik van mechanische onkruidbestrijding zou de fruitteler wel beloond moeten worden voor de extra investeringen die hij daarmee doet. En het is vooral van belang dat fruittelers zelf ook een andere wijze van onkruidbestrijding wíllen gebruiken. Van belang is dat verschillende methoden beter en langduriger onderzocht kunnen worden. Een ding is zeker, het onkruid moet verwijderd kunnen worden.’

Delphy-adviseur Gerjan Brouwer: ‘ Biologische telers mogen geen herbiciden gebruiken, en daarom wordt het onkruid mechanisch verwijderd met machines die kunnen frezen, eggen, schoffelen en borstelen of die functies combineren. Omdat er in de toekomst hoogst waarschijnlijk minder gebruik gemaakt mag worden van bepaalde chemische middelen, neemt de interesse van gangbare telers toe voor andere mogelijkheden, zoals mechanische onkruidbestrijding.  Zo zou het dan mogelijk kunnen zijn om bijvoorbeeld in het najaar of vroege voorjaar een bodemherbicide te gebruiken om daarna gedurende langere tijd gebruik te kunnen maken van lichte mechanische onkruidbewerking of fruittelers zouden enkel mechanische onkruidbestrijding toe kunnen passen. Voor acceptatie door gangbare telers van de mechanische wijze van onkruidbestrijding is meer lange-termijnonderzoek nodig. Daarbij zou je wat betreft mechanische onkruidbestrijding  in het onderzoek eveneens mee kunnen nemen wat mechanische onkruidbestrijding betekent voor de oorwurm. Biologische bedrijven hebben vaak veel oorwurmen, ondanks mechanische onkruidbestrijding.’

Pieter Jans Jansonius is biodynamisch teler van appels en peren in Nieuwerkerk, Zeeland. ‘Oorspronkelijk was ik onderzoeker bij het Louis Bolk Instituut, het kennisinstituut voor duurzame landbouw, voeding en gezondheid. In 2007 begon ik samen met mijn vrouw ons eigen tuin- en landbouwbedrijf De Muyehof met inmiddels twaalf hectare appels en peren. Binnen de biologische en biodynamische landbouw wordt onkruid bij de boomstrook altijd mechanisch bewerkt. Maar hóe kan per bedrijf verschillen. Zo schoffelen wij van het vroege voorjaar tot begin zomer als het onkruid op de groenstrook relatief kort is zo’n vier keer mechanisch. Bij jonge bomen wat vaker. De afgestorven plantresten vormen voedsel voor onder meer wormen. De laatste zes weken voor de oogst laten wij het onkruid staan, zodat je geen opspattende grond en daardoor geen schimmels krijgt. Dat kan dan ook omdat de boom enkele weken na de langste dag veel minder behoefte heeft aan voedingsstoffen. Wel maaien we dan nog een keer. Na de oogst schoffelen we nog een keer mechanisch. Je hebt machines die dat, zeker als het onkruid relatief kort is, behoorlijk snel kunnen. Met het mechanisch schoffelen zorg je dat er lucht en voedingsstoffen voor het bodemleven in de bodem komen en daarmee voor een balans tussen bodemleven en concurrentie om voedingsstoffen. Bij onze boomstroken vind je veel wormen en springstaarten. De eveneens grote populatie oorwurmen gaat plagen tegen zoals appelbloedluis en perenbladvlo, waardoor we daar niets tegen hoeven te doen. Bij de overname van een regulier perceel merkte ik wel dat de bodem zo’n twee tot drie jaar moet herstellen, en heb ik ook zelf in het begin oorwurmen in het perceel ingezet. Het succesverhaal van oorwurmen binnen de biologisch- (dynamische) teelt heeft er al enige tijd geleden toe geleid dat het overgenomen is door de reguliere teelt. Het mechanisch schoffelen heeft daarnaast het voordeel dat het afgevallen blad door de wormenactiviteit goed in de bodem opgenomen wordt, waardoor we schurft goed onder controle hebben. Deze wijze van telen, zonder herbiciden, is wel kapitaal- en arbeidsintensiever, maar er staat dus veel tegenover. Ik ben dan ook heel tevreden over deze wijze van telen.’



 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA