« afbeelding 1 van 1 »
 
vrijdag 30 juni 2017

Project 'Weerbaar Telen' van start

Het project ‘Weerbaar Telen’, dat drie jaar gaat lopen, is dit voorjaar gestart. "Naast onderzoek naar plantweerbaarheid, moeten we om verder te kunnen innoveren vooral ook onderzoek doen naar bodemweerbaarheid”, meent Joris Wisse, teelt- en bemestingsspecialist grootfruit bij de Centrale Adviesdienst Fruitteelt die het onderzoek begeleidt. We klopten daarom aan bij Fruitpact, dat zorgde voor ondersteuning.”

"Het Nederlandse fruit is kwalitatief goed en juist erg veilig en gezond om te consumeren, omdat dat aan Europese regels moet voldoen. Maar de overheid en maatschappij verwachten van ons dat we verder inzetten op reductie van emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar de omgeving en van residuen op het fruit. Om die stap naar de toekomst te kunnen zetten, hebben we als sector wel tijd en ruimte nodig. We willen daar aan gaan voldoen door zo veel mogelijk met biologische teeltmethoden en middelen te werken. Daarvoor is onderzoek nodig. Naar plantweerbaarheid wordt al veel onderzoek verricht, naar bodemweerbaarheid nog te weinig. Dat is van belang omdat dat in rechtstreeks verband staat met plantweerbaarheid. Uiteindelijk willen we werken aan een zo schoon mogelijke bodem, wat ook perspectief biedt voor schoner oppervlakte- en drinkwater.”
"Er wordt al bodemonderzoek verricht door laboratoria zoals Eurofins en organisaties zoals het Louis Bolk Instituut. Dat gaat altijd om een samenspel van bodemfysiologie, bodemchemie en bodembiologie. Bodemweerbaarheid heeft vooral te maken met bodembiologie. Het project ‘Weerbaar Telen’ houdt in dat we proeven verrichten op Proeftuin Randwijk en in de boomgaard van een conferenceperenteler in Haaften. Door gebruik te maken van humine- en fulvinezuren willen we de bodem actiever maken, waardoor de plant gemakkelijker meer rendement uit de bodem kan halen. We hadden daar al wel wat praktijkervaring mee, maar daarbij werd nog niet gekeken naar de kwaliteit van het fruit. Daarnaast gaan we ook de toepassing van een aantal bacterie- en schimmelpreparaten onderzoeken, zoals onder meer Trianum, dat bestaat uit een positieve bodemschimmel die het wortelgestel koloniseert en pathogene schimmels op afstand houdt. Daarbij houden we in gedachten dat gebruikmaken van zulke preparaten op de ene plek wel kan lukken en op de andere plek niet. Dat is immers afhankelijk van welke schimmels of bacteriën zich in de grond bevinden. Als er één de overhand krijgt kan het ook weer verkeerd uitpakken. Naast Trianum van Koppert kijken we naar mycorrhiza’s in de vorm van Mycordip en een bacterie/schimmelpreparaat van Soiltech. Bij het onderzoek betrekken we een studieclub, die bestaat uit twintig perentelers uit met name Gelderland, die we gaan begeleiden.”
"Als sector omarmen we de vergroening. We zijn bereid te investeren in andere methoden en middelen, maar telers willen geen grote risico’s lopen op oogstverlies door plagen en plantenziekten. Ze willen daarnaast zeker weten dat de retail deze inspanningen ook waardeert door ook daadwerkelijk Nederlands fruit af te nemen tegen een eerlijke prijs, waarbij met qr-codes aangegeven staat van welke teler het fruit komt. Het is vooral van belang dat overheid, telers, toeleveranciers, retail en milieu-organisaties met elkaar in gesprek te blijven én dat we onderzoek blijven verrichten naar innovatieve teeltmethoden en -middelen binnen de tuinbouw.”



 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA