Nieuwsoverzicht
 
« afbeelding 1 van 1 »
 
donderdag 05 september 2019

Koester de kwaliteiten van de Nederlandse fruitteelt

NFO-voorzitter Gerard van den Anker kwam onlangs in het nieuws met zijn oproep om de Russische boycot van fruit te beëindigen: de fruitteelt voelt zich onterecht benadeeld. ‘De kwaliteiten van de Nederlandse fruitteelt zouden gekoesterd moeten worden.’ Naar aanleiding van deze oproep interviewde Fruitpact Gerard van den Anker.

 

Je zou graag zien dat de boycot van hardfruit door Rusland beëindigd wordt. Hoe zie je dat dan voor je?

‘De boycot is erg selectief ingesteld vanuit de EU en Rusland. Wat betreft de voedselvoorziening van Rusland heeft het geen effect. Russen importeren het fruit van buiten de EU en steken veel energie in eigen voedselproductie, immers bomen en struiken vallen buiten de boycot.  De NFO ziet graag dat de EU haar positie aangaande de boycot gaat heroverwegen. We worden daarin gesteund door alle fruittelers en ketenpartijen, samen met de Belgische Boerenbond.’

 

Voorheen ging twintig procent van de Nederlandse peren naar Rusland, hoe zit het wat betreft de appels en het zachtfruit?

‘Vanuit Nederland gingen er weinig appels en ook minder kleinfruit naar Rusland. Er gingen wel veel appels uit andere EU-landen, zoals bijvoorbeeld Polen, naar Rusland. Die appels komen nu ook in grote hoeveelheden op de EU-markt, wat leidt tot prijsdruk.’

 

Wat zijn de gevolgen van de boycot tot nu toe? Hoe hebben telers zich aangepast?

‘Het gevolg is dat er te veel fruit is op andere markten, met lage prijzen tot gevolg. Nederland heeft zich als reactie vooral gericht op andere markten, zoals bijvoorbeeld Duitsland binnen de EU en nieuwe markten buiten de EU zoals China, Vietnam en Brazilië.’

 

Rusland zet nu in op meer zelfvoorziening. Heeft het dan wel zin om weer op die markt te gaan richten? Zie je daar nog wel kansen?

‘Dat heeft zeker zin omdat ik weet dat de Russische consument verzot is op bijvoorbeeld onze Conference-peren. Echter, hoe langer je wacht met het opheffen van de boycot hoe groter de blijvende schade.’

 

Eveneens pleit je voor gelijke regels wat betreft fruitteelt in Oost- en West-Europa. Waar gaat het daarbij om?

‘De EU zou vooral moeten stoppen om lidstaten met EU-geld de mogelijkheid te bieden om te investeren in uitbreiding van de productie. Verder dient de EU een gelijk speelveld te versterken, bijvoorbeeld op het gebied van de toelating van gewasbeschermingsmiddelen.’

 

Kan het een optie zijn om minder te telen, met onderscheid in goede kwaliteit en oog voor verduurzaming en vergroening: het Nederlandse fruit als niche-product?  

‘Door de boycot en het EU-beleid dreigt nu een harde sanering: het recht van de sterkste binnen de EU. Voor de Nederlandse markt zou het zeker helpen als er meer keuze wordt gemaakt voor Nederlandse producten. Het perenassortiment is bijvoorbeeld nagenoeg een geheel Nederlands product. Kiezen voor Nederlands fruit draagt bij aan verduurzaming, lage carbon footprint, verhoogde biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap. Ook provincies kunnen fruittelers ondersteunen. Met name door flankerend beleid: ruimere mogelijkheden op gebied van ruimtelijke ordening en faunabeleid. Overheden willen Europese natuurdoelstellingen realiseren wat mogelijk als neveneffect een toenemende faunaschade kan hebben. Natuurbeleid kost geld, echter mag deze schade niet afgewenteld worden op de individuele agrariër.’

 

De prijs lag vorig jaar laag, dit jaar wordt een hogere prijs verwacht. Waardoor komt dat? Welke invloeden spelen een rol bij de prijsvorming?

‘De belangrijkste factor is de EU-oogst, de verwachting is appels min twintig procent en peren min vijftien. Dat komt veelal door klimatologische omstandigheden, in Oost-Europa ook door een beurtjaar na een grote oogst vorig jaar. Plus goede kwaliteit.’

 

Hoe stel jij je de toekomst van de Nederlandse fruitteelt voor?

‘De Nederlandse fruitteeltsector heeft een aantal goede uitgangspunten, kijkend naar klimaat, kennis en ondernemerschap. Belangrijk is dat de overheid die kwaliteiten koestert en zorgt voor goede randvoorwaarden. In de toekomst zal dat wel gepaard gaan met minder en grotere bedrijven, een tendens die in vrijwel alle agrarische sectoren te zien is.’

 



 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA