« afbeelding 1 van 1 »
 
maandag 16 december 2019

Biodiversiteit in de boomgaard

Winkler: ‘ Al in 1992 werd in Rio de Janeiro het Verdrag inzake Biologische Diversiteit afgesloten. In 2010 werden de Aichi-biodiversiteitsdoelen geformuleerd. Doelstellingen zijn een reductie van verlies van de biodiversiteit tot 2020, een verduurzaming van land- en bosbouw en een toename van natuurgebieden. Nederland is daarbij medeverantwoordelijk en op nationaal niveau betekent het een omzetting van die biodiversiteitsdoelen.’

‘Biodiversiteit in de boomgaard heeft zowel te maken met de bodem, waarin schimmels en bacteriën leven, als de bovengrondse biodiversiteit. Aan de ene kant heb je als fruitteler te maken met bestuivers en nuttige insecten die als natuurlijke vijanden fungeren, aan de ander kant heb je ook te maken met ziektes en plagen. Veel biodiversiteit betekent echter niet altijd dat er een stabiel evenwicht is. Er is eerder sprake van een dynamisch proces: het ene beestje reageert op het andere en de aantallen plaaginsecten en rovers variëren. Biodiversiteit is ook niet altijd de oplossing voor alle plagen, zoals die van de appelbloesemkever en de appelzaagwesp en heeft mogelijk zelfs een averechts effect door het onbedoeld bevorderen van bijvoorbeeld de groene appelwants.’ 

‘Honingbijen kun je met kasten in de boomgaard plaatsen. Maar voor een goede bestuiving is het ook van groot belang om ervoor te zorgen dat je wilde bestuivers in de boomgaard hebt. Dat kun je als fruitteler onder meer bewerkstelligen door bloemstroken aan te leggen. Ook speelt biodiversiteit in de plaagbestrijding een grote rol. Op dit moment zijn er zo’n tweehonderd potentiële plagen. Het aantal sleutelplagen is echter heel beperkt. Op de appelbloedluis en perenbladvlo is het effect van de oorwurm groot. De oorwurm ruimt daarnaast ook veel andere plagen op. Het nadeel is dat de oorwurm pas vanaf juni in de boomgaard actief is. Hij kan het dus niet alleen aan en heeft profijt bij de aanwezigheid van ook andere predatoren, zoals lieveheersbeestjes en zweefvliegen die al in het voorjaar actief zijn.’

Winkler legde uit hoe je nu die functionele biodiversiteit kunt bevorderen: ‘Dat kan door in alle behoeftes te voorzien, niet alleen voeding, maar ook huisvesting van de nuttige insecten. Je moet er zorg voor dragen dat ze ook kunnen blijven overwinteren in of bij de boomgaard. Van de wilde bestuivers leeft maar twintig procent bovengronds, en tachtig procent ondergronds. Met vroege bloeiers en een lange bloeiboog zorg je er voor dat de insecten te eten hebben vanaf het prille voorjaar tot ver in de zomer.’

Zorgen voor biodiversiteit is van groot belang, benadrukte de onderzoekster, maar ze merkte eveneens op dat dat met beleid moet gebeuren. ‘De uitgangspunten voor de fruitteelt zijn een economisch en ecologisch gezond bedrijf, maar tegelijkertijd het produceren van kwaliteitsfruit. Dat kan door het maximaal benutten van functionele biodiversiteit en het bevorderen van de algemene biodiversiteit, maar ook door het beperken van risico’s door ongewenste biodiversiteit. Wij zien biodiversiteit vooral als kans en als een uitdaging die wij graag samen met jullie aangaan.’
Fruitpact draagt onder andere via het project ‘Fruitigste gastvrijheid voor de bij’ en ‘weerbare bodem’ bij aan de biodiversiteit in Rivierenland.



 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA