Bestrijding na uitbraak

Is er, ondanks alle preventieve maatregelen, toch bacterievuur opgetreden, dan is het belangrijk dat snel en goed gehandeld wordt, om verdere besmetting door verspreiding te voorkomen. Het belangrijkste aspect in curatieve maatregelen is het zorgen dat de worteldruk wegvalt.


Signaleren en melden

1. Melding bacterievuur 
Een uitbraak van bacterievuur kan door de landbouwsector gesignaleerd worden of door andere belanghebbenden, zoals bijvoorbeeld een gemeente of terreinbeheerder. Dit zal in veel gevallen de eigenaar zijn, maar dit hoeft niet. De persoon die de signalering heeft gedaan kan een beroep doen op het stappenplan om duidelijkheid te verkrijgen of het raadzaam is om actie te ondernemen.

2. Signaleren: waar probleem 
Na de ontdekking van bacterievuur is het van belang vast te stellen of de uitbraak is geconstateerd binnen een fruit/boomkwekerijperceel of binnen een landschapselement.

3. Fruit/boomkwekerijperceel / probleem 
In een dergelijk perceel hoeven aangetaste waardplanten niet direct een economisch probleem te zijn. Als de aanwezigheid van aangetaste waardplanten voor het perceel geen probleem vormt, is het toch handig te bezien of er in de directe omgeving wel kwetsbare percelen aanwezig zijn: dan is actie wel wenselijk. Als de aantasting onder geen beding problematisch is, hoeft er geen actie te worden ondernomen.

4. Landschapselement binnen 250 m zone 
Aantastingen in landschapselementen zijn vaak niet problematisch. Er is dan geen actie vereist. Het is belangrijk om te bezien of de aantasting van een landschapselement zich bevindt binnen een zone van ruwweg 250 meter van een fruitteelt/boomkwekerijperceel. 
De 250 meter zone moet gezien worden als een ruwe grens, en is uitsluitend gebaseerd op de verspreiding van bacterievuur. Bacterievuur verspreidt zich namelijk zowel op een lange afstand (tot tientallen kilometers), maar ook op zeer korte afstand (tot 200 meter). Op een afstand van 100 meter van de uitbraak  is de infectiedruk met 95% tot 99% verminderd. Door een zone van 250 meter aan te houden kan de infectiedruk verwaarloosbaar genoemd worden. 
Als de infectie is aangetroffen binnen de zone van 250 m verwijst het stappenplan vervolgens naar de afweging (stap 3) ├▓f bacterievuur voor een boomkwekerij/fruitteelt perceel economische schade kan berokken.

5. Kijken: andere infectiebronnen in de omgeving? 
Omdat bacterievuur zich voor 95% in de directe omgeving verspreidt, is het aannemelijk dat meerdere aantastingen in de directe omgeving aanwezig zijn. Het is van belang deze infectiehaarden eveneens aan te pakken, anders zal bacterievuur in een economische kwetsbare zone aanwezig blijven.

6. Zoeken en benaderen eigenaar getroffen perceel 
Op dit punt in het stappenplan zijn alle aantastingen in een omgeving die economische schade zouden kunnen berokkenen bekend/geïnventariseerd. Het is vervolgens nodig om alle eigenaren in kennis te stellen teneinde in gezamenlijkheid actie te ondernemen.

7. Bij twijfel/discussie, of behoefte ondersteuning bij opsporing, acties, enz.: contact vakgroep. 
In geval van twijfel over de gevonden besmettingshaard of discussie met de eigenaar van het perceel over de benodigde maatregelen, neem dan contact op met de secretaris van de vakgroep. 

Behoefte aan ondersteuning bij opsporing en/of acties 
Als een ondernemer behoefte heeft aan ondersteuning bij opsporing en/of het (laten) nemen van passende maatregelen bij bacterievuurbesmettingen die een bedreiging vormen voor zijn perceel / percelen met boomkwekerij- en fruitgewassen, dan kan hij hiervoor een beroep doen op de vakgroep (zie formulier bij 'contact'). Voorwaarde is wel dat ondernemer zelf de locatie(s) met (een) besmettingshaard(en) buiten zijn bedrijf gevonden heeft en dat hij deze na signalering zo spoedig mogelijk bij de vakgroep meldt: om verdere verspreiding van bacterievuur en kosten voor opsporing te voorkomen, en de economisch schade voor zijn eigen bedrijf te beperken. Van een professionele ondernemer verwachten we dat zij zelf regelmatig hun eigen bedrijf op mogelijke (nieuwe) aantastingen controleren bij risicovolle weersomstandigheden, zoals bijv. warm, vochtig weer en bij hagel- en onweersbuien.


 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA