« afbeelding 1 van 1 »
 
dinsdag 12 februari 2019

Fruit 4.0: ontwikkelingen met Californië

Marcel van Haren van FME, een ondernemersorganisatie voor de technologische industrie in Zoetermeer, houdt zich onder meer bezig met agrifood technology. Van Haren verbleef vorig jaar bijna twee maanden in Californië om kennis over de agrarische sector uit te wisselen en deelde deze ervaringen tijdens de Kennisdag voor de fruitsector in TielDeze Californian-Dutch collaboration for AgFoodTech werkt samen aan innovaties binnen de agrarische sector op het gebied van arbeid, efficiënt gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, voedselveiligheid, kassen van de toekomst, datamanagement en informatietechnologie.

 

‘De wereld staat niet stil. De bevolkingsgroei neemt toe, we hebben te maken met verstedelijking en klimaatverandering en de geopolitieke factor dat steeds meer landen streven naar meer zelfvoorzienend worden op het gebied van voeding. Consumenten vragen steeds vaker om transparantie, ze willen weten waar en hóe hun voedsel verbouwd is. Van belang daarbij is dat de voedselproductie zoveel mogelijk duurzaam is én zoveel als mogelijk is van dichtbij komt. Voeding is van groot belang omdat het zo’n belangrijke rol speelt bij het voorkomen van ziekten.  Wat je aan voeding nodig hebt kan van persoon tot persoon verschillen en we gaan ervan uit dat voorkomen beter is dan genezen. Toegankelijke technologie kan erbij helpen dat kleinschaligheid loont. De zogeheten smart food factory, waar gezonde producten uit de regio gezond (zonder toegevoegde suikers etc) verwerkt worden, brengt ook vernieuwing en digitalisering in de fabriek en keten met zich mee.’

 

Er staat ons nog heel wat te doen, meent van Haren. ‘Nederland staat bekend om zijn innovaties, maar ook elders zijn er innovatieve hotspots waarmee we banden aan kunnen halen, wat zo bijvoorbeeld geleid heeft tot een samenwerkingsverband tussen Nederland en Californië .’

‘In het kader van het programma Fruit 4.0 willen we elkaar aanvullen. We hebben daartoe onder meer contact gelegd met UC Davis, de Californische variant van de WUR. Als kennisinstellingen kunnen we van elkaar leren en daardoor versnellen op het gebied van innovatie. Maar we hebben ook met dezelfde problemen te maken, zoals het feit dat er moeilijk arbeidskrachten te vinden zijn voor bijvoorbeeld de oogst. Werk dat in Californië veelal door Mexicaanse migranten en oudere Amerikanen wordt, of beter gezegd, werd verricht. Een voorbeeld bij een Californische meloenenteler is schrijnend, noodgedwongen moest hij afgelopen zomer twintig procent van de oogst op het land laten liggen vanwege het tekort aan arbeidskrachten. Er zijn dus innovaties nodig.

 

De druiven voor de wijn in Napa Valley worden bijna alleen nog maar automatisch geoogst. Hetzelfde geldt voor de Californische tomatenteelt van veelal veredelde tomaten. Omdat de prijs van arbeid zo hoog is geworden, kiezen steeds meer boeren voor amandelteelt, omdat amandelen gemakkelijk te oogsten zijn. Mede daardoor produceren ze inmiddels 81 procent van alle amandelen op de wereld. Tegelijkertijd is het percentage steenfruit, dat arbeidsintensiever is wat betreft de oogst, met 45 procent gedaald. Er zijn in Californië  bijvoorbeeld steeds minder perzikbomen, niet alleen door andere voorkeuren van de consument, maar vooral omdat er te weinig arbeidskrachten voor de oogst ervan zijn. Ze willen oplossingen om de oogst van de productie daarvan toch op automatische wijze te laten verlopen. Het is hip om iets te doen met voedseltechnologie. Daarom houdt ook de Food Valley in Silicon Valley zich ermee bezig.’

 

De samenwerking met Californië is een langdurig project. ‘De thema’s voor samenwerking  zijn het verminderen en vereenvoudigen van arbeid door automatisch spuiten, wieden, plukken en oogsten. Daarnaast werken we aan een efficiënt gebruik van middelen. We letten op bodemgezondheid door uit te gaan van precisieland- en tuinbouw. Voedselveiligheid willen we bevorderen door een track and trace-systeem voor de voeding. Datamanagement en informatietechnologie dragen bij aan standaarden waaraan voldaan moet worden en interoperabiliteit op het gebied van wat iemand aan voeding nodig heeft. In de toekomst kunnen we daarmee zowel klein- als grootschalige landbouw bestendigen.’

Het Fruitpact neemt deze ervaringen mee in haar projecten.



 
 
BLIJF OP DE HOOGTE VIA